Ervaringen met online dossierinzage in de huisartsenpraktijk

Henk Schers is huisarts in het academisch gezondheidscentrum Thermion in Lent en onderzoeker aan het Radboudumc. Hij vindt het belangrijk de eerstelijnszorg steeds te verbeteren door het ontwikkelen van innovatieve oplossingen. Tijdens de Uw Zorg online Challenge op 29 januari jongstleden vertelde Schers over zijn ervaringen met online dossierinzage waarmee zijn groep FaMeNet (www.transhis.nl) drie jaar geleden is gestart.

‘Mijnhuisarts’ app

We werken met een klein lokaal huisartsinformatiesysteem (transhis) en hebben de app ‘Mijnhuisarts’ samen met patiënten ontwikkeld. Met de app kunnen patiënten afspraken maken, eigen metingen doorgeven, herhaalrecepten aanvragen en hun dossier inzien. Patiënten kunnen gegevens invoeren die direct worden weggeschreven in het HIS.

Patiënten kunnen aandoeningen, labwaarden, contra-indicaties, intoleranties, medicijngebruik, beleidsnotities en brieven van hulpverleners inzien. Het meest interessante zijn de beleidsnotities: Waar gaat het over? Wat hebben we met elkaar afgesproken als behandeling?

Vier belangrijke aspecten voor ons binnen online dossierinzage.

Patiënten begrijpen alles beter en hoeven niet meer terug te bellen naar de assistente.

1. Uptake van de app

We zijn gewoon maar gestart met de app, zonder grote publiekscampagne. De appgebruikers zijn van alle leeftijden zijn. We zitten nu op zo’n 10% tot 20% uptake over alle praktijken die bij ons zijn aangesloten. Moet je daar nou blij van worden of niet? Huisartsen zijn 80% van de tijd bezig met 20% van de ingeschreven patiënten; als deze 20% nu de online gebruikers zijn, dan zijn we spekkoper. Maar dat hebben we nog niet helemaal geanalyseerd. Patiënten die één keer per jaar bij de dokter komen, blijken nauwelijks behoefte te hebben om de app te downloaden. Wat je wel ziet is dat de mensen die het nodig hebben, het ook gebruiken. En het is interessant te weten of mensen die de app gebruiken er ook tevreden over zijn. Wij zien dat de uptake groeit; het aantal online afspraken is afgelopen jaar verdubbeld, het aantal herhaalrecepten en gebruikers neemt steeds verder toe.

2. Gevolgen voor verslaglegging en registratie

Aan de verslaglegging ga je vanzelf wel iets doen. Codes als ‘C1 wk ass, thuismeten’, schrijf je niet meer zo op. De beleidsnotities moet je in goed Nederlands opschrijven. In dit geval zou dat zijn: starten met medicatie Metoprolol, één keer daags 100 milligram, volgende week revisie bij assistente, deze week 3 dagen thuis meten, 2 keer achtereen, per keer laatste twee waardes noteren.

De afspraken die zijn gemaakt zijn veel concreter vastgelegd, dat helpt patiënten ook erg en je hoort dat ook terug. Patiënten begrijpen alles beter en hoeven niet meer terug te bellen naar de assistente.
Af en toe komt het voor dat patiënten gegevens in de app zien waar ze het niet mee eens zijn. “Ik zie dat er autisme staat als diagnose. Mijn psycholoog zegt dat ik autistische kenmerken heb, maar wie heeft dat niet? Dus die diagnose klopt volgens mij niet.” Dat is wel het leuke van deze app; patiënten hebben vaak gelijk, soms kloppen de dingen in de app inderdaad niet. Zelden is het een vervelende discussie over wat mensen er niet in willen hebben. Dat zijn echt incidenten.

Duidelijke beleidsnotaties

Afbeelding: Duidelijke beleidsnotities

3. Wat is er in de spreekkamer veranderd?

Verandert er nu veel in de consultvoering in de spreekkamer? Bij een aantal mensen wel, mensen komen toch anders binnen als ze beter voorbereid zijn. Ze staan niet meteen meer met 1-0 achter. Normaal krijg je de uitslagen direct voor je kiezen, dan moet je dat verwerken en na 5 minuten sta je weer buiten. Mensen zoeken nu zelf ook veel meer op is mijn ervaring. Je merkt dat je gelijkwaardiger gesprekken krijgt die voor mij als dokter veel interessanter zijn, en je hoeft soms minder te werken. Dat maakt het leven makkelijker!

4. Verschuiving verantwoordelijkheden

Een aantal dingen gaat wel veranderen in de praktijk, daar had ik nooit zo over nagedacht. Je kunt het ook niet helemaal sturen. Er komt iemand op het spreekuur met vermoeidheid; je bespreekt met de patiënt dat deze een bloedonderzoek moet doen en hoe verder te handelen afhankelijk van de uitslag. Dat is de afspraak die je maakt met zo’n patiënt. Dan moet je erop vertrouwen dat ze ook in de app kijken en die check uitvoeren, de check die je normaal doet en controleert als dokter. Normaliter nemen we veel verantwoordelijkheid weg bij mensen, en dat is nu niet meer per definitie zo. Of je moet er een heel systeem naast inrichten waarin je die check alsnog doet, wat nou net niet meer de bedoeling was.

Omgekeerd komt ook voor als je zegt: “Ik overleg eerst met een collega en bel je volgende week terug”. Als de patiënt dan aangeeft het wel in de app te willen lezen, weet je niet of dat echt gebeurt. Het geeft echt een veranderende verantwoordelijkheid. Medicolegaal is dat nog een issue; de wet loopt achter de werkelijkheid aan. Maar dat gaat veranderen, daar ben ik van overtuigd.

Je merkt dat je gelijkwaardige gesprekken krijgt die voor mij als dokter veel interessanter zijn.

Status na 3 jaar gebruik

Gemiddeld zijn mensen tevreden over de app en we zien een toenemende mate van gebruik. Bij groeimogelijkheden en verbeteringen gaat het vooral over de toelichting op uitslagen van laboratoria, het duiden van labuitslagen of het vertalen van ‘potjeslatijn’. Mensen waren veel tijd kwijt met het lezen daarvan. Dat is dus een verbeterpunt. Gerelateerd daaraan is de communicatie over de uitslagen; je moet er op een heel eenvoudige wijze over kunnen communiceren met je patiënten. Dit zijn belangrijke dingen die online dossierinzage nog veel effectiever zouden kunnen maken.

Op basis van mijn eigen ervaringen en alle mensen die ermee gewerkt hebben, kan het raam voor online dossierinzage wijd open!

Bekijk de presentatie: ervaringen met dossierinzage in de huisartsenpraktijk